Lecture / Confrontations 1: Pieter Boons & Kasboekcollectief

Deze lezingenreeks Confrontations kadert binnen het nieuwe onderzoeksproject UnScene, dat werd opgestart vanuit de opleiding Juweelontwerp | Edelsmeedkunst. UnScene vormt in die zin een vervolg op Vormat, een onderzoeksproject naar verbindingen door vorm en materie. UnScene focust op nieuwe presentatiecontexten voor hedendaagse sieraden. Het wil een platform bieden voor presentatie, discussie en onderzoek over ‘tonen’ en ‘presenteren’ in diverse media. In deze context werden Kasboekcollectief en Pieter Boons uitgenodigd om hun artistieke praktijk en ervaringen hieromtrent toe te lichten.
blg.17.confrontations_nov_201001.webp
In deze context werden Kasboekcollectief en Pieter Boons uitgenodigd om hun artistieke praktijk en ervaringen hieromtrent toe te lichten.

Cathalijne Postma is, net zoals de sprekers in uit de vorige reeks Confrontations, afgestudeerd aan Sint Lucas Antwerpen als juweelontwerpster, en vormt samen met Jojanneke Postma, beeldend kunstenares, en Debbie van Berkel, grafisch ontwerpster, Kasboekcollectief. In kasboekjes die ze onderling uitwisselen, wordt alles wat hen boeit opgeslagen. Zowel gezamenlijk als individueel zoeken zij vervolgens naar manieren om hun werk tentoon te stellen. De kritische blik ten opzichte van kunst en de waarde ervan vormt voor Kasboekcollectief de leidraad voor het organiseren van zeer diverse projecten en tentoonstellingen. De presentatie maakt dan ook een essentieel onderdeel uit van het werk op zich. Op deze manier opent Kasboekcollectief de mogelijkheid om tijdens presentaties – als collectief en als individuele kunstenaar – te interageren met het publiek.
kasboek.org/
blg.17.confrontations_nov_201002.webp
blg.17.confrontations_nov_201003.webp
blg.17.confrontations_nov_201004.webp
blg.17.confrontations_nov_201007.webp
Pieter Boons is opgeleid als architect, maar wilde zijn grenzen verleggen. Vanuit een zoektocht naar een gevoel van ‘Heimat’ en een fascinatie voor de 17e eeuwse ‘Wunderkammer’, is hij betrokken bij tal van projecten, waarin hij zowel de functie aanneemt van curator als van scenograaf. Pieter Boons maakt daarvoor gebruik van het aanwezige budget en de gebruikte tentoonstellingsruimte. Door een inventieve aanpak ten opzichte van de diversiteit aan kunstwerken, in combinatie met een architecturale benadering van de tentoonstellingen, creëert
Pieter Boons een nieuwe ‘Heimat’ voor de kunst.

- Broes van Iterson -
www.broesvi.com
broesvitrine.blogspot.nl/
blg.17.confrontations_nov_201008.webp
Over ‘HEIMAT’
Heimat betekent letterlijk ‘het gevoel dat je hebt bij een bepaalde plaats’ zonder dat het refereert naar een specifieke plek an sich. Heimat is de naam waaronder ik sinds 2007 actief ben als tentoonstellingsmaker en als vormgever. Opdrachten kunnen gaan van een kunstaankoop, over een tentoonstellingsarchitectuur tot een musuemshop. Er is geen eensluidende strategie om een project uit te werken en mijn verhaal op te bouwen. In alle projecten, die ik realiseer, is het verhaal het belangrijkste element, want een verhaal is het enige dat overblijft en het enige dat mensen doorgeven.
www.heimat.be
Door een aantal projecten te overlopen wil ik laten zien hoe bepaalde keuzes en beslissingen tot stand kwamen. Vaak vormt een kunstwerk het uitgangspunt om een project in een bepaalde richting te ontwikkelen. Het is mijn bedoeling om emotionele en gevoelige onderdelen aan te reiken aan de bezoeker of gebruiker van een (tentoonstellings)architectuur. Maar het is elke keer anders en ik weet zelf ook niet of ik nu architect, verzamelaar, scenograaf of curator ben. Ik denk dat deze vraag ook niet relevant is, zolang ik er in slaag om een plaats en een gevoel te verbinden. De plaats of de ruimte is steeds inherent gekoppeld aan het project en dat verklaar ik misschien omdat - historisch gezien - de plaats waar kunst getoond werd, heel belangrijk was. Vanouds was het de ‘Wunderkammer’ als een aparte, van de buitenwereld geïsoleerde, ruimte waar een persoonlijke selectie van objecten en kunstvoorwerpen getoond werd. Hier is het metier van ‘de curator’ ontstaan, maar tegelijkertijd ook ‘de scenograaf’; want de curator toont immers zijn collectie in een bepaalde kamer.
Zoveel eeuwen later merken we een terugkeer in witte, strakke musea naar deze persoonlijke en intimistische aanpak van de wunderkammer; door kunstenaars aan te stellen als curator of collectioneurs te betrekken bij het maken van tentoonstellingen.

Het enige advies dat ik kan meegeven naar studenten die hun werk willen tonen of presenteren, is dat ze een sfeer moeten proberen neerzetten die allesoverheersend is. Het hoeft geen letterlijk verhaal te zijn met een begin en een einde, maar het is wel belangrijk van een aantal verhaallijnen uit te schetsen zodat het de dramaturgie van het getoonde (kunst)voorwerp ondersteund of tegenspreekt.

- Pieter Boons -
blg.17.confrontations_nov_201009.webp
blg.17.confrontations_nov_201010.webp
blg.17.confrontations_nov_201011.webp
blg.17.confrontations_nov_201012.webp
blg.17.confrontations_nov_201014.webp